Home   RSS  Sitemap Zoeken Afdrukken

Risicogroepen 2016

UITVOERING VAN DE CAO VAN 06/06/2016 INZAKE DE MAATREGELEN TEN BEHOEVE VAN RISICOGROEPEN (PERIODE 2016)

Omschrijving van de risicogroepen

  1. bestaansminimumtrekkers

    Werkzoekenden die op het ogenblik van hun indienstneming sinds minstens 3 jaar zonder onderbreking het bestaansminimum ontvangen.

  2. De werknemers ouder dan 50 jaar

    De werkzoekende die op het ogenblik van hun indienstneming ouder zijn dan 50 jaar.

  3. De allochtonen

    De persoon die niet de nationaliteit bezit van een Staat die deel uitmaakt van de Europese Unie, of de persoon waarvan ten minste één van de ouders deze nationaliteit niet bezit of niet bezat op het ogenblik van het overlijden of de persoon waarvan ten minste twee van de grootouders niet deze nationaliteit bezitten of bezaten op het ogenblik van hun overlijden.

  4. De gehandicapten

    De persoon die erkend is door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap of door de Brusselse Dienst voor personen met een handicap of het Agence Wallonne pour l’Intégration des personnes handicapées of de Dienststelle für Personen mit Behinderung.

     5. De niet werkende jongeren

 

De niet-werkende jongeren en de jongeren die sinds minder dan een jaar werkten en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. Met jongeren wordt bedoeld degenen die nog geen 26 jaar oud zijn.

 

Onder niet-werkende wordt begrepen:

  • De langdurige werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit van een werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19/12/2011 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurige werkzoekenden;
  • De uitkeringsgerechtigde werklozen;
  • De werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laanggeschoold zijn in de zin van artikel 24 van de wet van 24/12/1999 ter bevordering van de tewerkstelling;
  • De herintreders zijnde de personen die zich na een onderbreking van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven;
  • De werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart herstructureringen in de zin van het koninkijk besluit van 9/3/2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen.

Tewerkstellingspremies

De betrokken risicogroepen: de categorieën hierboven.
Voorwaarden:

 

- Tewerkstelling gedurende minstens 65 RSZ-dagen tussen 01/01/2016
  en 31/12/2016

 

- De indiensttreding moet plaatsvinden in 2016

 

Bedrag van de premie: de tewerkstellingspremie bedraagt 500 EUR.

Plafonds

Elk bedrijf mag tewerkstellingspremies aanvragen voor het bedrag van zijn bijdrage van 0,10% op de loonmassa 2016.

 

- Vanaf 1 januari 2013 moeten de werkgevers die gebonden zijn door een sectorale cao inzake risicogroepen verplicht 0,05% van de 0,10%-bijdrage aanwenden voor specifiek bepaalde risicogroepen;

 

- Van de bijdrage van 0,05% dient bovendien 0,025% te worden voorbehouden aan de risicogroep "jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn".

- De overige 0,05% van de 0,10% bijdrage kan tenslotte worden aangewend voor de reeds in de sector bestaande categorieën risicogroepen. 

Deze premies worden slechts uitgekeerd in de mate dat de bijdrage effectief via de RSZ aan het Fonds voor Bestaanszekerheid voor erkende ondernemingen die buurtwerken of –diensten leveren (hierna “het Fonds”) werd betaald.

Procedure voor het aanvragen van een tussenkomst van het Fonds

Deze bepalingen zijn van toepassing tijdens de periode van 1 januari 2016 tot 31 december 2016. De desbetreffende dossiers zullen voor 30 juni 2017 ingediend moeten worden.

Het Fonds aanvaardt de individuele rekening of loonfiche als document ter staving van de minimale tewerkstelling van 65 RSZ-dagen.

Aanvraagformulieren zonder de vermelding van het nationaal nummer (of bij gebrek hieraan, de geboortedatum) zullen worden geweigerd.

  • Tewerkstellingspremies

    Het bedrijf vult een aanvraagformulier voor een tewerkstellingspremie in met vermelding van de gegevens van het bedrijf, van de werknemer en een beschrijving van de tewerkstelling. Dit document wordt ondertekend door het bedrijf.

  • Documenten ter staving van het feit dat de werknemer tot een bepaalde categorie behoort
    • Bestaansminimumtrekkers: attest af te geven door het OCMW.
    • Oudere werkzoekenden: Een kopie van de identiteitskaart van de betrokkene.
    • Allochtonen: een kopie van de identiteitskaart van de betrokkene. Voor migranten met de Belgische nationaliteit: bewijs te leveren met alle middelen die voorhanden zijn (vb. kopie van de identiteitskaart van ouder of grootouder, bewijs van afstamming), inclusief de verklaring op eer.
    • Arbeidsgehandicapten: een attest van het betrokken agentschap.
    • Niet-werkende jongeren: een kopie van de identiteitskaart van de betrokkene en het bewijs volgens keuze van de groep (vb. C63, attest OCMW, verminderingskaart enz.).